In de politiek

Met het uitbreken van de Corona-crisis vindt er in de Tweede Kamer wekelijks gesprek met de regering plaats over de maatregelen die genomen zijn. De VGVZ is in de voorbereiding op het kamerdebat van 1 april betrokken bij vragen uit de kamer met betrekking tot de inzet en toegang  van geestelijk verzorgers. Er zijn signalen dat het directe contact met patiënten in met name ziekenhuizen en verpeeghuizen moeilijk verloopt. Een inventarisatie onder een aantal geestelijk verzorgers leidt tot deze reactie aan de Tweede Kamerfractie van de CU.  

Het verslag van het debat in de kamer op 1 april kent een korte en een lange versie. De korte versie is een samenvatting van VWS toegespitst op de onderdelen waarin geestelijke verzorging ter sprake komt.  

 

Naar aanleiding van dit debat verschijnt er een kamerbrief op 7 april waarin op pagina 22 en 23 aandacht aan geestelijke verzorging wordt gegeven. In het kamerdebat op 8 april leidt dit tot uitvoerig gesprek en onder andere tot de vraag naar goede voorbeelden van geestelijke verzorging. Nog tijdens het debat wordt deze vraag bij Agora, CIO en VGVZ uitgezet. Dat leidt er tot dat nog diezelfde avond een mail uitgaat naar een aantal geestelijk verzorgers, die de volgende morgen inhoudelijk met meer voorbeelden van geestelijke verzorging reageren dan de 10 die VWS graag van ons wil ontvangen. Het levert de VGVZ een nog scherper inzicht van wat er in het land gaande is dan wat er al bestond. Tevens wordt er een motie van GertJan Segers ingediend en kamerbreed aangenomen over de langetermijn gevolgen van de coronacrisis voor het mentaal welzijn van zorgpersoneel, patienten en de samenleving als geheel. Daarin komt ook de toenemende vraag naar geestelijke verzorging expliciet ter sprake

Op 9 en 10 april overleggen Guido Schürmann (Agora) en Danielle Woestenberg (CIO) met ondergetekende (VGVZ) en dat leidt tot een notitie  die vrijdag begin van de middag naar VWS wordt gestuurd. In deze brief zijn niet alleen 10 goede voorbeelden genoemd maar ook 4 onderwerpen waarvan de VGVZ vindt dat deze niet aan de aandacht mogen ontsnappen: 

  • De peer support (in aansluiting op de motie Segers), met als goede voorbeeld daarbij de samenwerking tussen het CvL in Rotterdam met een regionaal crisisteam (voorbeeld 4a in deze notitie. 
  • De samenwerking tussen Slachtofferhulp en GV Thuis (ook voorbeeld 4a in deze zelfde notitie)
  • De wijze waarop geestelijk verzorgers actief kunnen bijdragen aan het langetermijn proces van nazorg en ondersteuning en de wens om daarbij na te denken over de inhoudelijke en materiële ondersteuning. Daarbij wordt de herziening van de Richtlijn Rouw expliciet genoemd, die in dit jaar ter hand wordt genomen door de Richtlijncommissie onder voorzitterschap van Erik Olsman (VGVZ). Ook Hanneke Muthert (VGVZ) maakt deel uit van deze commissie.  
  • Er is nog geen finale uitspraak over geestelijke verzorging als ‘vitaal beroep’ gedaan. De opdracht die minister De Jonge van de kamer heeft gekregen om de rol van geestelijke verzorging aan te moedigen wordt kracht bijgezet als geestelijke verzorging als vitaal beroep wordt aangemerkt. 

 

In de voorbereiding op het kamerdebat van donderdag 16 april is er zowel met kamer als met VWS contact over de voorbereiding van zowel de kamerbrief, die op woensdag 15 april verschenen is als het kamerdebat. 

In het kamerdebat komt geestelijke verzorging slechts op een, maar niet onbelangrijk aspect aan de orde, nl in de vraag of geestelijk verzorgers onder de cruciale beroepen vallen (Segers, p8). Het antwoord van premier Mark Rutte is even kort als helder: Geestelijk verzorgers vallen in de lijst met cruciale beroepsgroepen, namelijk in de categorie zorg en maatschappelijke ondersteuning( p.21). Zo kort, dat het zelfs de vragensteller blijkbaar ontgaan is (p. 51). Wat betekent dit: dat betekent dat de overheid erkent dat geestelijk verzorgers tot de beroepen worden gerekend die de samenleving draaiend houden. De uitspraak van gisteren is een belangrijke uitspraak voor geestelijk verzorgers die buiten een instelling werkzaam zijn: zij krijgen hiermee dezelfde erkenning als de intramurale collega’s die vanwege hun werkzaamheden in de zorg al waren geincludeerd in de cruciale beroepen. Maar nu is er de erkenning voor het beroep sui generis: de bijdrage van de geestelijk verzorger is specifiek en onderscheidend. Daarmee kan een geestelijk verzorger, binnen de speelruimte van het RIVM, haar of zijn werkzaamheden uitvoeren. Je kunt die ruimte niet afdwingen, maar wel sterker in gesprek gaan met de werkgever over het (niet kunnen) uitvoeren van je werkzaamheden. Het betekent ook dat geestelijk verzorgers thuis een beroep kunnen doen op beschermende middelen, binnen de eigen veiligheidsregio. Maar daar is net zo veel regionale diversiteit als in de opzet van geestelijke verzorging thuis, dus wat in de ene regio mogelijk is is dat mogelijk niet in de andere.

In de kamerbrief van  21 april wordt deze afspraak bevestigd. In het hoofdstuk Zorg voor kwetsbare mensen is dit zichtbaar onder h) (p. 30). Ook onder d) wordt nadrukkelijk gesproken over de rol die geestelijk verzorgers kunnen spelen in de zorg voor kwetsbare mensen thuis (p. 27). Ook wordt verwezen naar de website www.geestelijkeverzorging.nl   

Overleg en afstemming met de VGVZ, robertkoorneef@vgvz.nl kan zinvol zijn. Wij ondersteunen geestelijk verzorgers met adviezen en dat heeft al een aantal keren geleid tot wijziging in het beleid ten aanzien van de rol van geestelijk verzorgers.  

 

VGVZ in Adviesgroep VWS

Sinds medio april is de VGVZ betrokken bij het overleg dat met minister Hugo de Jonge meedenkt en -praat over het bezoekbeleid aan ouderen in verpleeghuizen. VWS vraagt nadrukkelijk dat ook het ethisch- en cliëntenperspectief in dat overleg wordt ingebracht.
Na overleg met en consultatie van vertegenwoordigers van de werkveldraad, geestelijk verzorgers in ouderenzorg en/of lid van een medisch ethische commissie heb ik de voorgenomen plannen van VWS van commentaar voorzien en een eigen notitie aan VWS gestuurd. Hierin vraagt de VGVZ expliciet aandacht voor waarden die in de afgelopen weken tussen haakjes hebben gestaan: vrijheid, kwaliteit van leven en het verminderen van eenzaamheid. Dit laatste staat immers centraal in het programma (ook van het ministerie van VWS) Een tegen eenzaamheid,waar de VGVZ door middel van GV Thuis mee verbonden is.

Inmiddels is er twee keer digitaal overleg geweest, resulterend in een advies aan het OMT dat maandag 4 mei bijeen kwam. Op de persconferentie van 6 mei werd een voorzichtige en stapsgewijze versoepeling van de bezoekregeling aangekondigd. De VGVZ blijft betrokken bij het vervolg.

In het advies van het OMT wordt deze regeling onder C4 aangekondigd; door diverse veldpartijen is een handreiking ontwikkeld waarmee de 25 geselecteerde centra van start gaan.  

 

Robert Koorneef, directeur VGVZ 
14 mei 2020