De geestelijk verzorger is nooit neutraal, brengt zijn of haar betrokkenheid mee, en getuigt daarnaast van eigen deskundigheid en het creatieve vermogen om met de organisatie om te gaan. In dit nummer wordt deze kwestie vooral in de context van de GGZ aan de orde gesteld.

Wilko van Holten onderzoekt of de geestelijk verzorger vakinhoudelijke criteria heeft om verhalen over wanen te verstaan, te wegen en te begeleiden. Taco Bos beschrijft de achtergrond en inhoud van de Generieke module Herstelondersteuning en laat zien dat zingeving in het hersteldenken een belangrijke plek heeft gekregen. Twee praktijkbijdragen schetsen projecten die aansluiten op het hersteldenken en zingeving, aan de hand van een gezamenlijke maaltijd als rituele context voor een gesprek over zin en onzin van stoornis en verlies. De andere praktijkbijdragen gaan in op de vraag hoe je omgaat met djinns in de verhalen van patiënten, hoe je als geestelijk verzorger kunt omgaan met trauma’s die plotseling aan de orde zijn, en wat je kunt betekenen wanneer in de ouderenzorg opeens sporen van trauma’s uit iemands verleden aan de orde komen.