Op donderdag 6 juli promoveerde Richart Huijzer. De titel van zijn dissertatie luidt: ‘De binnenkant van het ambt: Een groundedtheory-onderzoek naar de ambtsbeleving en levensbeschouwelijke identiteit van protestantse pastores in zorginstellingen, in dialoog met Paul Ricoeur’

‘De binnenkant van het ambt’ gaat over predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland die als geestelijk verzorger werkzaam zijn in de zorg. De vraag die Huijzer stelt is: wat betekent het predikantschap – ofwel het ‘ambt’ – voor hun leven en hun werk? Hoe beleven zij het ambt en wat is de relatie tussen het ambt en hun levensbeschouwelijke identiteit? Deze vraag is van belang omdat het ambt door een deel van de beroepsgroep van geestelijk verzorgers, die meer dan alleen predikanten omvat, wordt gezien als niet noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep. Ook bestaat er in de Protestantse Kerk in Nederland een structureel gebrek aan aandacht voor geestelijke verzorging in zorginstellingen.

Uit het kwalitatief-empirische onderzoek dat werd uitgevoerd volgens de methode van ‘classic grounded theory’ van de Amerikaanse socioloog Barney Glaser, komt naar voren dat het ambt door de protestantse predikanten-geestelijk verzorgers – tegen de verwachting in – van groot belang gevonden wordt. Hun taakopvatting valt ten diepste te omschrijven als ‘oog en oor zijn voor spiritualiteit en existentie’. Deze taak wordt verricht in de professioneel-institutionele contexten van zorginstelling, beroepsvereniging en kerk, in het gesprek met patiënt of cliënt, en ook in de eigen omgang met wat ‘het Heilige’ genoemd kan worden. Het ambt speelt hierbij – op telkens verschillende wijze – steeds een grote rol, soms negatief, vaker positief. Op een meer theoretisch niveau, mede geïnspireerd door de identiteitstheorie van Paul Ricoeur, kan gesproken worden van een wisselwerking tussen ‘adaptatie’, inspelen op de werkomgeving, en ‘attestatie’, het duidelijk maken waar men ten diepste voor staat. In dit krachtenveld kiest de predikant-geestelijk verzorger positie.

Het proefschrift bedoelt een bijdrage te leveren aan het debat over nut en noodzaak van het ambt zoals dat wordt gevoerd binnen de Vereniging van Geestelijk VerZorgers, de Protestantse Kerk in Nederland en het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken. De verworven inzichten zijn daarnaast van belang voor andere werkvelden waar geestelijk verzorgers werkzaam zijn, zoals Defensie en Justitie, voor onderwijsinstellingen waar geestelijk verzorgers worden opgeleid, voor andere kerken en zogeheten ‘zendende instanties’, en voor beleidsmakers.